Zes Haagse basisscholen laten zien dat ze kwalitatief goed onderwijs kunnen blijven bieden, door hun onderwijs anders in te richten en bijvoorbeeld te experimenteren met minder bevoegde leraren. Door een duidelijke taakverdeling vast te leggen en samenwerking in het team te versterken, slagen zij erin de werkdruk te verlagen. Deze scholen hoeven geen klassen meer naar huis te sturen als een leerkracht ziek is.
Concrete handvatten
Het onderzoeksrapport ‘Goed onderwijs met minder leerkrachten’ van projectleider/onderzoeker Karlijn de Jong (Hogeschool Leiden) biedt onderwijsprofessionals concrete handvatten om onderwijs anders in te richten, passend bij hun leerlingen, team, context en onderwijsvisie, zonder dat de onderwijskwaliteit (en werkbaarheid) onder druk komt te staan.
Werkwijze
Samen met zes scholen uit de Onderwijsregio Haaglanden is in de praktijk onderzocht welke oplossingen kansrijk zijn om met schaarste om te gaan en wat daarvan werkt in het dagelijks onderwijs. Vier factoren dragen bij aan het slagen hiervan: werken vanuit een visie, werken vanuit een lerend team, een school- en stichtingbrede aanpak, en het vastleggen van rollen, taken en verantwoordelijkheden.
Er is zichtbaar gemaakt hoe teams hun onderwijs organiseren wanneer het aantal leerkrachten beperkt is: welke keuzes ze maken, hoe ze taken verdelen, welke rollen anders worden ingericht, hoe ze de dag- en weekstructuur aanpassen, en hoe ze samenwerking (binnen en buiten de school) benutten.
Deelnemende scholen waren: de Waterlelie, de Spiegel, de Gantel, KC Leyenburg, de Waterwilg en de Regenboog en besturen: Lucas onderwijs, Panta Rhei en SCOH.