Hoe zorg je ervoor dat onderwijs en arbeidsmarkt elkaar beter weten te vinden? Die vraag speelt in veel regio’s. In Zuid-Limburg wordt daar stap voor stap aan gewerkt. Vooral door mensen uit beide werelden met elkaar in contact te brengen. Eén van de schakels in die samenwerking is mbo-docent Bart Keulen van Vista College. Hij is actief binnen de onderwijsregio Limburg en werkt daarnaast enkele dagdelen per week in het Werkcentrum van de arbeidsmarktregio. Daardoor ziet hij van dichtbij waar de kansen én de uitdagingen liggen.

Volgens Keulen begon de verbinding met kennismaken. Binnen de onderwijsregio kwamen vertegenwoordigers van verschillende onderwijssectoren bijeen om gezamenlijk vorm te geven aan de regionale samenwerking. Tegelijkertijd ontstonden binnen de arbeidsmarktregio nieuwe Werkcentra waar inwoners terechtkunnen met vragen over werk, scholing en ontwikkeling. In die fase bleek al snel dat de regio’s wel duidelijke raakvlakken hebben, maar niet altijd goed weten wat de ander precies doet. Juist daar zit volgens Keulen een belangrijke opgave. “Goed weten wat elkaars werk is”, noemt hij een voorwaarde voor samenwerking.

Van contacten naar concrete samenwerking

Inmiddels ontstaan steeds meer praktische verbindingen. Mensen die zich willen omscholen kunnen via het Werkcentrum sneller bij de juiste onderwijsinstelling terechtkomen. Andersom weten onderwijsorganisaties beter welke mogelijkheden er zijn binnen gemeenten, UWV en andere partners in de arbeidsmarktregio. Ook voor het onderwijs zelf levert dat kansen op. Zo kunnen mensen die interesse hebben in het leraarschap beter worden begeleid naar passende routes en opleidingen. Tegelijkertijd helpt het onderwijs bij vraagstukken rondom bij- en omscholing van werkzoekenden en werknemers.

Wat gaat goed?

Keulen merkt dat het onderwijs als sector binnen de arbeidsmarktregio steeds zichtbaarder wordt. Waar vragen over onderwijs vroeger minder snel op tafel kwamen, weten partners het onderwijs nu vaker te vinden als onderdeel van een oplossing. Ook de onderlinge contacten tussen organisaties zijn sterker geworden. Daarnaast ontstaat er meer begrip voor elkaars uitdagingen. Arbeidsmarktpartners krijgen beter zicht op de opgaven in het onderwijs, terwijl onderwijsinstellingen meer inzicht krijgen in de ondersteuning en instrumenten die beschikbaar zijn binnen de arbeidsmarktregio.

Wat kan beter?

Tegelijkertijd is de samenwerking nog volop in ontwikkeling. Een aandachtspunt is dat veel kennis en contacten momenteel bij een beperkt aantal mensen liggen. Om de samenwerking toekomstbestendig te maken, moet die kennis breder worden gedeeld en verankerd. Ook mag de bekendheid van het onderwijs binnen Werkcentra verder groeien. Niet iedere professional in een Werkcentrum beschikt nog over voldoende kennis van opleidingsroutes, bevoegdheden en mogelijkheden binnen het onderwijs.

Daarnaast blijft de complexiteit van regelingen, gemeenten en ondersteuningsstructuren een uitdaging. Voor inwoners die een opleiding willen volgen of een nieuwe stap op de arbeidsmarkt willen zetten, is het niet altijd eenvoudig de juiste weg te vinden.

Volgende stap

De komende periode verschuift de aandacht van opbouwen naar voortbouwen. De netwerken zijn gelegd en de eerste samenwerking is ontstaan. De uitdaging is nu om die verbindingen verder te verankeren, zodat inwoners, werkgevers en onderwijsinstellingen elkaar steeds gemakkelijker weten te vinden. De ervaring in Zuid-Limburg laat zien dat daarbij vooral mensen het verschil maken die bereid zijn over de grenzen van hun eigen organisatie heen samen te werken.

Landelijke uitrol

Om verbinding tussen onderwijsregio’s en arbeidsmarktegio’s verder te versterken, wordt ook landelijk ervaring opgedaan. Vijf onderwijsregio’s namen deel aan een pilot van de Realisatie-Eenheid (RE). Het gaat om de onderwijsregio’s Amsterdam, Friesland, Midden-Nederland Leert, Zeeland en Zwolle. Op basis van hun ervaringen ontwikkelt de RE momenteel een stappenplan met geleerde lessen. Dit moet andere onderwijsregio’s helpen om de samenwerking met arbeidsmarktpartners verder vorm te geven en te versterken. De ervaringen uit deze pilot laten zien dat succesvolle samenwerking begint met elkaar leren kennen, inzicht krijgen in elkaars werkwijze en het creëren van vaste verbindingen tussen organisaties.