Er zijn tekorten in het onderwijs. Tegelijkertijd heeft ook de technische sector goed opgeleide professionals hard nodig. De nieuwe educatieve minor Technisch Trainen, Begeleiden en Opleiden brengt die twee werelden samen in Onderwijsregio MBO Noord. Studenten uit technische opleidingen maken tijdens een halfjaar durende minor kennis met lesgeven en ontdekken of een toekomst in het onderwijs bij hen past.

Een toevallige keuze die perfect bleek te passen

Lennart Gjaltema, derdejaars HBO-ICT-student aan Windesheim, behoort tot de eerste lichting deelnemers. “Ik wilde eigenlijk een andere educatieve minor doen, maar die zat al vol. Deze minor was nog zo nieuw dat bijna niemand hem kende. Toen ik ontdekte dat hij eigenlijk nóg beter aansloot bij mijn opleiding, was ik juist blij dat ik hier terechtkwam.” De minor bestaat uit verschillende vakken en een stage in een onderwijsomgeving die aansluit bij hun achtergrond. Lennart loopt stage binnen zijn eigen hogeschool en geeft daar les aan eerstejaars studenten.

Verbinden van twee tekortsectoren

Eén van de initiatiefnemers is Anne-Margreet Pol. Zij stond aan de wieg van de minor, die tot stand kwam in samenwerking tussen verschillende hogescholen en partners. “De techniek is in zijn algemeenheid een tekortsector. Dat is ook de reden waarom we vanuit de onderwijsregio ervoor kozen om hier specifiek op te focussen. We verbinden twee tekortsectoren met elkaar: techniek en onderwijs”, zegt Anne-Margreet Pol. De minor richt zich op studenten die willen ontdekken of hun technische kennis van waarde kan zijn in een educatieve omgeving. Studenten leren hoe ze een leeromgeving kunnen creëren waarin leeractiviteiten en het leren worden vormgegeven en begeleid. Het draait niet alleen om lesgeven in het voortgezet onderwijs of mbo, maar ook om opleiden en begeleiden binnen het bedrijfsleven, als daar een educatieve component en passende begeleiding aan verbonden zijn.

Het moment waarop het kwartje valt

Voor Lennart was de stage een zoektocht naar de vraag of het onderwijs bij hem zou passen. Het antwoord kwam sneller dan verwacht. “Tijdens mijn stage ben ik erachter gekomen dat het al in me zit. Ik vind het geweldig als bij een student opeens het kwartje valt. Dat iemand begrijpt wat je hebt uitgelegd. Dat moment geeft ontzettend veel voldoening. Ik ben veel minder een medestudent geworden en veel meer een coach.”

Snelle route naar een onderwijsbevoegdheid

De minor kan ook een opstap zijn naar een lerarenopleiding. Na afronding van hun bachelor kunnen deelnemers doorstromen naar een verkort traject richting een onderwijsbevoegdheid. Anne-Margreet: “In sommige gevallen kan iemand na het afronden van de bachelor binnen een halfjaar zijn onderwijsbevoegdheid behalen.” Daarmee ontstaat een laagdrempelige route voor technisch talent dat het onderwijs wil versterken.

Ruimte voor groei én verbetering

Omdat het om een nieuwe minor gaat, zijn er volgens Lennart nog verbeterpunten. “Er zijn zeker nog kinderziektes. Maar ik zie vooral hoeveel potentie er in deze minor zit.” Die open houding hoort volgens Anne-Margreet bij een eerste pilotgroep. Studenten ontwikkelen zichzelf en dragen bij aan het verder vormgeven van het programma. De minor telt acht studenten. De ambitie is om door te groeien naar ongeveer twintig deelnemers per halfjaar.

Ambassadeurs voor de toekomst

Voor Anne-Margreet is het succes van de minor vooral afhankelijk van de ervaringen van studenten zoals Lennart. “Het halfjaar is bedoeld om te ontdekken of onderwijs bij je past. Een ‘ja’ is een goed antwoord, maar een ‘nee’ ook. Dan heb je alsnog waardevolle vaardigheden opgedaan die je overal kunt gebruiken.”

Voor Lennart lijkt de uitkomst inmiddels duidelijk. “Ik zie mezelf later zeker in het onderwijs werken. Vooral in het hbo. Daar kan ik mijn vakinhoudelijke kennis combineren met het begeleiden van studenten. Dat past goed bij mij.” Daarmee heeft de minor volgens Anne-Margreet in Lennart’s geval bereikt waarvoor hij is opgezet: technisch talent laten ontdekken dat kennis delen minstens zo uitdagend én waardevol kan zijn als techniek zelf.