De krapte aan schoolleiders is een groeiend probleem in het Nederlandse onderwijs. Met het initiatief 'En dan ben je schoolleider' wil projectleider Frans van Zetten dat probleem op een andere manier benaderen: door het vak zichtbaarder te maken en nieuwe doelgroepen aan te spreken. De basis van deze aanpak vormt zijn eigen loopbaan. Die loopt van het klaslokaal via de commercie terug naar het onderwijs. Van Zetten gelooft dat goed schoolleiderschap niet alleen uit het onderwijs hoeft te komen, maar wel altijd moet vertrekken vanuit betrokkenheid bij mensen en kinderen. In dit interview vertelt hij meer over dit initiatief.
Beeld: © Rijksoverheid
Frans van Zetten (vooraan, links) samen met de denktank van onderwijsregio Progressus bij de lancering van ‘En dan ben je schoolleider'
Nadat Frans van Zetten zijn baan als leidinggevende in het bedrijfsleven had opgezegd, wezen mensen in zijn omgeving hem vanwege zijn eerdere onderwijservaring op het tekort aan schoolleiders. In plaats van zelf schoolleider te worden, ging hij als projectleider aan de slag bij het initiatief En dan ben je schoolleider van onderwijsregio Progressus. Het doel? Om mensen in maar ook buiten het onderwijsveld te interesseren voor dit beroep.
Binnen onderwijsregio Progressus was al een denktank opgericht, specifiek voor het werven van schoolleiders uit ontstaan. Vorig jaar is vandaaruit een team samengesteld om dit project uit te voeren. De denktank is ook steeds betrokken gebleven.
Groeiend tekort aan schoolleiders
Een verkennend rondje langs scholen in zijn regio bevestigde voor Frans dat er een groot tekort aan schoolleiders dreigt te ontstaan. Het is een landelijke trend: door vergrijzing zullen binnen enkele jaren veel directeursfuncties vrijkomen. "Schooldirecteur zijn is echt een ander vak dan voor de klas staan. Je bent bezig met juridische vraagstukken, met gemeenten, met strategische plannen. Dat beeld van ‘de meester die wat administratie doet’ klopt niet", zegt hij.
Schoolleiderschap is een vak
Een belangrijk uitgangspunt van het platform is dat het schoolleiderschap als een volwaardig en professioneel beroep wordt neergezet. Volgens Van Zetten is dat beeld cruciaal, juist om nieuwe mensen aan te spreken. "Het is echt een vak. Dat willen we veel beter laten zien, want er is nu nog te weinig bekendheid over wat een schoolleider daadwerkelijk doet", aldus Van Zetten.
Ruimte voor zij-instromers
Een andere speerpunt van En dan ben je schoolleider is het actief benaderen van zij-instromers. Mensen uit andere sectoren kunnen waardevolle leiderschapskwaliteiten meebrengen, mits zij affiniteit hebben met onderwijs en mensen. "We zien dat er buiten het onderwijs veel mensen zijn met leidinggevende capaciteiten. Denk aan mensen uit het bedrijfsleven. Maar onderwijs is geen fabriek. Je werkt met mensen, met kinderen. Dat moet je liggen, anders werkt het niet", benadrukt Van Zetten. Om die aansluiting zorgvuldig te maken, biedt het platform onder meer meeloopdagen en oriëntatietrajecten aan.
Mentorschap als fundament
Een opvallend onderdeel van het initiatief is het mentorschap. Beginnende schoolleiders worden gekoppeld aan ervaren, vaak gepensioneerde directeuren die hun kennis en ervaring willen blijven inzetten. "Het schooldirecteurschap kan een eenzaam vak zijn. Dan is het ontzettend waardevol als er iemand is die op donderdagmiddag een kop koffie komt drinken en zegt: dit heb ik al tachtig keer meegemaakt. Dat vangnet willen we structureel maken", legt hij uit.
Schoolleiderschap in brede zin
Hoewel de eerste focus lag op het primair onderwijs, richt En dan ben je schoolleider zich inmiddels ook op het voortgezet onderwijs en het mbo. Daarbij gaat het niet alleen om directeuren, maar ook om teamleiders en andere leidinggevende functies. "We hebben bewust gekozen voor de term schoolleider en niet alleen schooldirecteur. Het is breder dan vaak gedacht, zeker in het voortgezet onderwijs en het mbo", aldus Van Zetten.
Organische groei en zichtbaarheid
Het initiatief bevindt zich nog in de opstartfase. De komende periode staat in het teken van zichtbaarheid, campagnes en het delen van ervaringsverhalen. Groei moet volgens Van Zetten vooral organisch plaatsvinden, via scholen, besturen en geïnteresseerden zelf. "Dit is de eerste keer dat we echt naar buiten treden met het verhaal. Als mensen gaan denken: hier heb ik nooit aan gedacht, maar misschien past het wel bij mij, dan is onze missie al geslaagd."